Had ik het maar nooit gezien (Deel 1)
Omdat op mijn vorige school was gebleken dat ik toch wel een heel lastig jongetje was, werd er besloten om mij op een andere school te plaatsen. Ik was ongeveer 4 a 4,5 jaar oud.
Mijn adoptieouders hadden besloten dat ze het niet langer meer alleen aan konden thuis en zij plaatste mij op een internaat in Nijmegen. Dit was ‘Sonnaville’, een internaat opgericht door Dhr. Sneep uit Nijmegen. Het was een groot internaat met enorm veel kinderen. Zo groot dat het een eigen zwembad, sporthal, voetbalveld, manege, speeltuin en een vakantieboerderij had. Naast al deze ‘luxe’ bleek dit internaat ook nog een eigen school te hebben. Dit was de Sonnewijzer in Nijmegen.
Het was een Z.M.O.K. school oftewel een school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen. Nou, zeer moeilijk opvoedbaar was ik dus ik denk dat ik daar wel thuis hoorde. ‘S morgens werd ik door mijn adoptieouders naar het internaat gebracht en vanuit het internaat liepen we onder begeleiding in groepjes naar de school. Op weg naar die school waren veel kinderen enorm opgelaten en uitbundig aan het zingen en kletsen. Ik zat nog maar net op het internaat en kende nog niet veel kinderen dus ik liep er maar een beetje zijdelings bij. In tegenstelling tot de andere kinderen zag ik er enorm tegen op om naar school te gaan. Ik was natuurlijk blij dat ik niet meer naar mijn vorige school hoefde waar ik een enorme rot tijd achter de rug had met ‘Juffrouw Kersten‘, maar ik durfde er ook niet echt op te vertrouwen dat het er op deze school anders aan toe zou gaan.
Aangekomen op mijn nieuwe school werd ik meteen vriendelijk ontvangen door een van de meesters. Tja, zo noemde we ze toen nog. Het was een heel vriendelijk man. Hij pakte me bij mijn hand beet en we begonnen aan een rondleiding door de school. Hij liet me alle klassen zien en stelde me per klas ook eventjes voor. Alle kinderen leken me heel aardig en ook de juffen en meesters kwamen me heel vriendelijk even een hand geven en stelde zich aan mij voor. Nadat we alle klassen hadden gehad liepen we op een wat oudere grijze man af. Ook aan hem werd ik voorgesteld. Dit bleek de conciërge van de school te zijn. Zo op het eerste gezicht was ook dit een heel aardige man en mij werd verteld dat de kinderen hem af en toe ook mochten helpen met klusjes en daar kon je dan stickers mee verdienen. Maar ja, er werd me ook bij verteld dat als je eens stout was geweest, dat je dan voor straf klusjes moest doen voor hem en dat je dan geen sticker kreeg. Maar ja, dat vond ik niet zo erg want ik had daar nou eenmaal nog helemaal geen ervaring mee gehad en dus liet ik het voor wat het was. Ik had toen nog niet kunnen bedenken dat ik nog heel wat klusjes zou gaan uitvoeren. Ook werd ik nog even voorgesteld aan de ‘zuster’ van de school. Als er eens een keer een ongelukje was gebeurd dan moest je naar haar toe voor een pleister of een verbandje. Ook de zuster was heel aardig. Ze lachte heel vriendelijk en stelde zich aan mij voor en ik kreeg zelfs een lolly van haar.
Toen de rondleiding er op zat werd ik als laatst naar de klas gebracht waar ik zelf in kwam te zitten. Dit vond ik erg spannend en ik weet nog dat ik bij mezelf dacht; “Als er maar niet weer zo’n enge oude manke vrouw voor de klas staat“. De deur ging open en ik keek de klas in. Het was een minder grote klas als dat ik gewent was op mijn vorige school. Ik keek een beetje rond de klas in. Alle kinderen keken naar me, maar het voelde op de een of andere manier niet beangstigend of zo. Ik werd even aan de klas voorgesteld en er kwam een lange vrouw met lang zwart haar op me aflopen. Ik schrok een beetje van haar. Ze had namelijk een beetje een ingevallen gezicht en keek daardoor best streng. Toch kwam ze wel heel vriendelijk over en ook zij stelde zich aan mij voor. Ze pakte me bij de hand en bracht me naar mijn tafeltje toe. De meester die mij rond had geleid ging weg en daar zat ik dan! Een nieuwe klas, allemaal nieuwe kinderen en een nieuwe juf.
Ik kan me weinig herinneren van de lessen die er gegeven werden. Ik kan me eigenlijk alleen maar dingen herinneren die ‘indruk’ op me hebben gemaakt. Zo zat ik, net zoals op mijn vorige school, eigenlijk altijd wel heel onrustig in mijn schoolbankje met mijn benen te wiebelen en nog steeds was ik heel erg snel afgeleid. Al snel ontdekte ik dat er iets heel leuks aan deze klas was. Iets leuks dat helaas ook in mijn nadeel werkte achteraf gezien. Aan twee muren, een rechts van mij en een achter mij, hingen allemaal posters met daarop overwegend hele mooie paarden. Ook zaten er posters bij van andere dieren. Dit kwam, bleek achteraf, omdat de juffrouw zelf een groot paarden fan was. Zelf had ze 3 grote mooie zwarte paarden. De vele foto’s van haarzelf op, naast en bij haar paarden prijkte trots op haar bureau. Op de een of andere manier voelde zij daardoor een stuk vertrouwder dan de mensen die ik eerder was tegen gekomen. De manier waarop ze over paarden sprak en de vrolijke uitstraling die ze daarbij altijd kreeg, lieten haar strenge gezicht ineens een stuk minder streng lijken. Ik begon me enigszins op mijn gemak te voelen bij haar en in de klas.
Ondanks dat bleken de vele posters wel voor veel afleiding te zorgen want ze hadden een grote aantrekkingskracht op mij. Ik moest en zou elke keer even kijken en soms kon ik ook echt wegdromen als ik even te lang keek. Soms kwam de juf dan even langs en legde zachtjes even een hand op mijn arm. Ze vroeg me dan of ik misschien een beetje moe was of ze vroeg me om weer even mijn aandacht bij de les te houden. Dat was wel even wat anders dan Juffrouw Kersten van mijn vorige school. Maar ja, helaas bleek dat ik eigenlijk maar moeilijk de lessen kon volgen. Ik lette niet op en kon mezelf niet concentreren. Al snel begon ik mezelf dommer dan andere kinderen te voelen. Ik kon namelijk niet met ze mee komen. Het lukte gewoon niet. In de pauzes werd ik dan soms ook gepest door andere kinderen uit mijn klas. Ze scholden me uit voor dombo, luilak en noem nog maar een paar van dat soort dingen op. In het begin durfde ik niets terug te zeggen, maar dat veranderde al snel. Zo van het ene op het andere moment begon ik terug te schelden. Niet zo onschuldig als zij dat deden. Nee joh! Ik had op het internaat van de oudere jongens heel erge scheldwoorden geleerd en die gebruikte ik dan. “Klootzak“, “Hoerenkind“, “Stomme lul” en ook alle denkbare ziektes wist ik wel te benoemen. Ik schreeuwde luidkeels in de richting van de andere kinderen. Direct kwam er een meester of een juf aan die ook op het schoolplein rondliepen om te kijken wat er aan de hand was. Ze hadden natuurlijk alleen mij horen schelden en niet de kinderen die dit schijnheilig buiten het zicht van de meester of juf hadden gedaan. Ik kreeg de eerste paar keer slechts een waarschuwing, maar het kwam al snel veel vaker voor en ook begon ik kinderen te slaan, te schoppen, duwde ze in de struiken of ik gooide grote stenen naar ze toe.
Dit was natuurlijk ontoelaatbaar en ik werd naar de conciërge gestuurd. Er werd verteld wat ik had gedaan en voor straf moest ik tijdens de eerstvolgende les het schoolplein aanvegen. Als ik dat dan weer had gedaan dan moest ik in het kantoortje van de conciërge wachten tot het volgende uur van de klas weer begon en mocht dan weer binnen komen.
Soms kwam het in de klas ook voor dat de juffrouw een vraag stelde aan de kinderen en wie dan dacht het antwoord te weten, moest zijn vinger opsteken. Als de juffrouw dan jouw naam noemde, dan mocht jij antwoord geven. Maar ja, ik deed dat meestal niet want ik begreep veel niet en ik was bang dat dat stom was. Soms was ik weer eens in dromenland en plotseling hoorde ik mijn naam roepen. “Pascal, weet jij toevallig het antwoord?” klonk het dan. Natuurlijk wist ik niet wat de vraag was en dus wist ik ook het antwoord niet. Ik voelde mezelf rood aanlopen en schaamde me enorm ten aanzien van de klas. Toen de juf merkte dat ik zelfs de vraag niet meer wist, stelde ze die vraag opnieuw en ik moest toen alsnog het antwoord geven. Ik wist het gewoon echt niet maar durfde ook niet te zeggen dat ik het niet wist. Ik gaf soms maar gewoon een dom antwoord om maar niet met mijn mond vol tanden te staan ten aanzien van de klas. Dit was eigenlijk structureel altijd fout bij mij. De kinderen in de klas begonnen dan zachtjes te lachen. De juf zei dan dat ze stil moesten zijn en dat gebeurde dan ook direct. Echter voelde ik me wel heel erg boos omdat ze me uit hadden gelachen.
In de pauze was het dan ook standaard raak. Ik rende zodra ik buiten was op een van de kinderen af en begon te schoppen en te slaan. Opnieuw moest ik weer naar de conciërge. Het viel de conciërge op een gegeven moment op dat ik eigenlijk veel rustiger werd als ik hem met klusjes aan het helpen was. Ik luisterde heel goed, kon mijn aandacht er goed bij houden en voerde de klusjes met bijna perfectionistische precisie uit. Ook zag hij ook hoe trots ik altijd op mezelf was als hij me een compliment gaf.

