Mijn jeugd

Onvoorstelbaar dat ik jou heb overleeft (Deel 3)

Dit soort dingen waren aan de orde van de dag zodra je ook maar even alleen kon zijn met mij. Gelukkig hoefde ik alleen in het weekeinde maar meisjeskleren aan en kon ik de rest van de week gewoon mijn eigen kleren dragen.

Doordeweeks had ik het altijd heel erg moeilijk. Ik wist namelijk nooit van tevoren wanneer jij dienst had maar vreemd genoeg had jij meestal in het weekeinde dienst. Ik weet niet of jij dat zo regelde, maar het kwam wel erg vaak voor. ‘S morgens als ik opstond en er een andere leiding dienst had, was steevast mijn eerste vraag wie er ’s middags dienst zou hebben als ik terug kwam van school. Er klonk altijd een heel diepe zucht van verlichting als ik hoorde dat jij geen dienst had die dag. Dat betekende namelijk een dag waarop ik eens geen seksuele handelingen hoefde te verrichten. Ook vonden er geen mishandelingen en vernederingen plaats als jij er niet was want de andere groepsleidingen waren heel erg aardig. Wat ik niet snap is dat zij nooit ook maar iets in de gaten hebben gehad. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat ik nooit eens een bepaald soort uitstraling had als jij weer dienst had. Meestal waren er namelijk 2 groepsleidingen tegelijk in dienst en zij moeten in mijn beleving gezien hebben dat ik angst, verdriet of wat dan ook uitstraalde. Natuurlijk was ik een ster in het verbergen van mijn verdriet. Ik moest wel! Deed ik dat namelijk niet dan waren, de eerstvolgende keer dat wij alleen waren, de mishandelingen niet van de lucht. Maar toch, ik blijf er bij dat ik het niet snap.

Maar goed, toch maar weer even verder over wat voor vuile hond je was. In het begin was het ‘slechts’ zo dat ik je alleen hoefde te bevredigen en dat jij je lusten op mij botvierde. Alsof dat al niet erg genoeg was, kwam er niet veel later dus ook vernedering en mishandeling bij. Erger zal het toch niet kunnen zou je denken. Nou, daar had ik het mooi mis.

Er brak een vakantie aan. Welke weet ik niet meer maar het was vakantie. Net zoals in het weekend gingen kinderen naar hun ouders toe. Het internaat bleef in principe open want in andere gebouwen op het terrein waren nog meer groepen gevestigd en natuurlijk waren er meer kinderen die geen ouders hadden dan alleen ik. Op een dag kwam er een groepsleiding naar me toe en vroeg of ik even mee wilde komen naar kantoor. Ik liep mee en bij binnenkomst zag ik jou ook weer zitten. De andere leiding vroeg ineens aan me: “Zou je het niet leuk vinden als je deze vakantie mee mag met Kees? “. Ik schrok me een ongeluk want als er iets was wat ik niet wilde, dan was het wel mee met jou naar huis of op vakantie. Het gebeurde kennelijk wel vaker dat een kind mee ging op weekend of vakantie met zijn of haar mentor. Terwijl de vraag aan mij gesteld werd, keek je me recht in mijn ogen aan. Ik probeerde er nog onder uit te komen door te zeggen dat ik dat niet wilde omdat ik in Doetinchem niemand kende en ik hier wel een paar vriendjes had waar ik in de vakantie graag mee wilde spelen. Jij zei toen: “Die zijn er over twee weken ook nog wel als we weer terug komen! We maken er samen gewoon een leuke vakantie van! Niet dan?“. Ik durfde zoals gewoonlijk niet te weigeren en gaf er dus maar aan toe. Voor mijn gevoel tekende ik toen mijn doodvonnis. Ik liep het kantoor uit en rende naar boven naar mijn kamer. Ik plofte tussen mijn knuffeldieren op mijn bed neer en begon te huilen. Het vooruitzicht dat ik twee weken lang met jou mee ging was ondragelijk en beangstigend voor me. “Wat zou jij in die twee weken tijd allemaal met me kunnen doen?” dacht ik. Ik was enorm bang geworden hierdoor want als we op het internaat zouden blijven, dan was er in ieder geval nog af en toe even een moment dat je niet bij me was maar dat zou dan wel anders zijn. Ik was onbekend in Doetinchem en kon dus nergens naar toe. Niet even buiten spelen of mijn toevlucht zoeken naar mijn slaapkamer. Ik was voor de aankomende twee weken volledig aan jou overgeleverd.

Ik weet niet hoe lang ik op bed heb liggen huilen, maar op een gegeven moment ging mijn slaapkamerdeur open. Jij kwam binnen en deed de deur weer achter je dicht. Je ging op de rand van mijn bed zitten. “Jij dacht zeker dat je er onder uit kon komen of niet soms?” zei je tegen mij. Ik stamelde wat want ik wist niet goed wat ik moest antwoorden op deze vraag. Ik was ook bang om antwoord te geven, want ik had wel in de gaten dat je ontzettend boos op me was. “De volgende keer als er nog eens zo’n vraag wordt gesteld door iemand anders, dan geef je gewoon blij en enthousiast antwoord. Heb je dat begrepen?” zei je. Ik zei dat het me speet en beloofde plechtig dat ik dat in het vervolg zou doen. Ineens uit het niets gaf je me een enorme stoot midden in mijn kruis. “Hier heb je wat om te huilen!” zei je. Je stond op en nog voor je mijn slaapkamerdeur weer open deed, zei je: “Als je straks beneden komt en ze vragen waarom je gehuild hebt, dan zeg je gewoon dat dat is omdat je het jammer vindt dat je niet met je vriendjes kan spelen in de vakantie”.
Ik lag krom van de pijn op mijn bed te huilen en kon bijna geen woord meer uitbrengen want je had me enorm hard geslagen. Je liep de deur uit en deed hem weer achter je dicht.

Een tijdje later, nadat de pijn gezakt was, ging ik weer naar beneden omdat het etenstijd was. Ik was even bang dat de andere groepsleiding zou gaan vragen waarom ik gehuild had, want dit was nog duidelijk zichtbaar. Maar nee, de andere groepsleiding kreeg niet eens de mogelijkheid om het te vragen, want jij zélf stelde die vraag aan mij in het bijzijn van iedereen. Ik schrok hier enorm van, maar herinnerde me nog heel goed wat jij boven had gezegd tegen mij. Ik ratelde het antwoord, zoals jij me dat had voorgekauwd, braaf op. Jij zei nog iets in de trend van dat ik me geen zorgen hoefde te maken, want we zouden heel leuke dingen gaan doen in de vakantie. Ja ja! Heel leuke dingen. Tuurlijk!

De vakantie brak aan. ‘S morgens, nadat alle kinderen naar huis waren, maakte wij ook aanstalten om weg te gaan. Ik had mijn tassen al ingepakt en beneden bij de deur neergezet. Ik had kleren, een paar stripboeken, tandenborstel en 3 knuffeldieren ingepakt. We wachtten net zo lang met weg gaan tot de laatste groepsleiding ook naar huis was gegaan. Mijn groep werd namelijk afgesloten want er was niemand meer de aankomende twee weken. We liepen naar de deur en ik pakte mijn tassen van de vloer. Je rukte ze uit mijn handen en gooide ze in mijn kastje verderop in gang. (Iedereen had een eigen kastje in de gang voor schoenen, jas en schooltas en zo) “Deze heb je de aankomende twee weken niet nodig. Ik heb alles wat jij nodig hebt al ingepakt.” zei je. Mijn God! Ik zag het alweer helemaal voor me. Alle tijd die ik bij jou zou zijn, zou ik alleen maar meisjeskleren moeten dragen. De tranen sprongen in mijn ogen, maar ik probeerde ze te onderdrukken. Ik was veel te bang dat je weer kwaad zou worden. Voorzichtig vroeg ik nog even aan je of ik dan wel mijn knuffeldieren mee mocht nemen, maar dat vond je niet nodig want ik zou toch geen tijd hebben om er mee te spelen.

Ik weet niet zo goed hoe ik dit moet omschrijven, maar zonder knuffeldieren naar hem toe gaan vond ik misschien nog wel erger dan het vooruitzicht op twee weken lang in meisjeskleren rond lopen. Ik was zo verslingerd aan mijn knuffeldieren. Altijd als ik me verdrietig, bang of eenzaam voelde, dan ging ik naar mijn slaapkamer en ging op bed liggen met mijn knuffeldieren. Dit hielp mij echt enorm. Ik heb ook altijd het gevoel gehad dat ik met mijn verdriet, angst en eenzaamheid bij mijn knuffeldieren terecht kon. Ik praatte dan heel veel met ze en in gedachten hoorde ik dan allerlei geruststellende dingen. Het voelde voor mij net zo echt als echte mensen. Ik denk zelfs nog wel beter dan dat! Ik vond het verschrikkelijk dat je mijn knuffeldieren in die donkere kast had gegooid. Altijd als ik van mijn slaapkamer weg ging, dan zette ik mijn knuffeldieren zo op mijn bed neer dat ze uitkeken op iets leuks. Een leuke poster of zo of ik zette ze zo neer dat ze elkaar gezellig konden aankijken. Ook liet ik ’s avonds, als ik er zelf niet was, altijd een lampje aan zodat ze niet in het donker hoefde te zitten. Nu lagen ze voor oud vuil in een hoekje van mijn kastje, op de vloer en in het donker. Verschrikkelijk vond ik dat.

Ik vroeg aan je of ik eerst nog even naar de wc mocht voordat we zouden gaan. Dat was goed en terwijl ik dat deed, liep jij nog even wat deuren na om te zien of ze wel goed afgesloten waren. Op de terugweg van het toilet liep ik langs mijn kastje. Ik zag jou niet staan en dus greep ik mijn kans. Een van de knuffeldieren was een klein knuffeldiertje. Het was een donkergekleurd hondje met van die witte flapoortjes en die was gemakkelijk en snel onder mijn trui en onder mijn oksel te verstoppen. Ook liet ik de deur van mijn kastje op een kiertje staan. Dan zou er in ieder geval nog een beetje licht naar binnen stralen. Ik liep weer naar de deur toe. Jij was inmiddels klaar met afsluiten en we gingen weg. Ik was heel blij dat ik toch stiekem één van mijn knuffeldieren had weten mee te nemen en voelde me van de ene kant weer een beetje ‘veilig’ omdat ik dat knuffeldiertje bij me had, maar van de andere kant was ik bang dat je er achter zou komen en boos zou worden. Maar ja, er was inmiddels al geen weg meer terug. Naast jou zittend in de auto, pakte jij een jas van de achterbank af en legde die over je schoot heen. Je deed je broek los en terwijl we gingen rijden moest ik je alweer van onder je jas met mijn hand bevredigen. Onvoorstelbaar dat je zelfs dit moment aangreep om aan je trekken te komen.

Vervolg: Onvoorstelbaar dat ik jou overleeft heb (Deel 4)

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *